Weblogberichten

Mijn ervaringen met Post'65 gebouwen

Een halve bloemkool met gouden glitters in de pitch voor de eerste indienronde Erfgoed Deal, daar begon het mee. Als netwerker stedelijke groei en krimp raak ik steeds meer betrokken bij het thema Post’65 (stedenbouw en architectuur van 1965-1990), door het renovatie- en verduurzamingsproject De Pas van de gemeente Winterswijk. In het project staat de 70-tig jaren bloemkoolwijk centraal. Een wijk die er vanuit de lucht uit ziet als de binnenkant van een doormidden gesneden bloemkool, een wijk met hofjes als bloemkoolroosjes. En zoals de gemeente dat aangeeft een wijk die meer aandacht verdient. Deze aandacht  zorgt er voor dat de wijk wordt klaargestoomd voor een duurzame toekomst.

Grote gelakte houten trapleuningen

Door het project De Pas ben ik mijzelf gaan afvragen wat ik heb met de het thema Post’65? Ik ben wel geboren, maar niet bewust opgegroeid in die tijd. Ik heb nooit in een Post’65 woning gewoond. Heb ik ervaringen uit deze periode? Of ben ik vertrouwd met gebouwen uit deze tijd? Ik hoef niet lang na te denken.
Eén van de beste en een mooie herinnering die ik aan Post’65 gebouw heb, was de oude openbare bibliotheek De Lindenberg in Nijmegen. Als klein kind al ging ik daar vaak met mijn moeder naar toe. Aan de voorkant parkeerden we de fiets en dan gingen we het grote gebouw in, meteen links het trappenhuis in bestaande uit brede betonnen trappen met grote gelakte houten trapleuningen, helemaal naar boven naar de kinderafdeling. Het was een hele klim in een relatief donker trappenhuis. Eenmaal boven gingen we de deur door waar een lichte open ruimte met hoeken met boeken voor elk leeftijdsgroep apart waren ingericht. En natuurlijk was er een leeshoek met betonnen bank die was afgewerkt met een rafelige vloerbedekking. Hier heb ik mijn boekjes uitgekozen om te leren lezen. Als we de kinderboeken hadden teruggebracht en de nieuwe hadden laten afstempelen, gingen mijn moeder en ik weer helemaal naar beneden.

De oude openbare bibliotheek de Lindenberg gelegen aan de Ridderstraat in Nijmegen. Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen. Bron: http://www.facebook.com/NijmegenToen

Dwalen door de grote ruimte

We kwamen weer in dezelfde entree terecht, maar nu gingen we linksaf de grote zaal in voor de volwassenenafdeling. En als ik het over een grote zaal heb, voelde deze zaal voor mij immens groot. Ik keek mijn ogen uit, hoe geweldig was dit! Je kon je prima verstoppen en heerlijk verdwalen in deze ruimte. Langs de randen waren donkere hoeken en gangen op verschillende hoogte gelegen. In het midden was de zaal juist heel erg open en licht door de lichtinval van het glazen dak. Als mijn moeder haar boeken ging uitzoeken, verveelde ik me geen moment, ik ging dwalen door de grote ruimte, als ik maar rustig liep en stil was. Het was daar in die grote ruimte stil met af en toe een gesprek op fluistertoon. Je had zoveel hoeken en brede trappen met ongeveer 10 treden om de tussenverdiepingen te bereiken. Je kon hoger en hoger, maar ook juist lager en lager een diepe kuil in.
En dan, als ik wakker schrok uit mijn eigen avontuur en mij ineens afvroeg waar mijn moeder zou kunnen zijn wist ik dat ik het beste wat trappen op kon gaan en naar het midden kon lopen. Waar je door de openheid van boven tot beneden een goed zicht had over de hele zaal. Dan zag ik haar altijd en hoopte ik dat mijn wandeltocht naar haar toe snel genoeg zou zijn, voordat ze zich zou hebben verplaatst.

Je had zoveel hoeken en brede trappen met ongeveer 10 treden om de tussenverdiepingen te bereiken. Je kon hoger en hoger, maar ook juist lager en lager een diepe kuil in.

Chocolademelk automaten

Steevast sloten we ons bezoek af met warme chocolademelk uit de automaat. Eigenlijk vond ik de chocomelk op cacao en heet water basis niet zo lekker, te bitter zonder suiker, te heet voor mijn handjes en op het einde bleef er veel cacaodrab over. Maar toch was een bezoek aan de bibliotheek niet compleet zonder deze chocolademelk uit een van de automaten, die de stilte in de bibliotheek ietwat verbraken en waarschijnlijk daarom in de uithoeken verstopt stonden.

Als ik nu naar het gebouw terug kijk, begrijp ik ook waarom er zoveel trappen en tussenverdiepingslagen zijn terug te vinden in het gebouw. Knap staaltje werk van de architecten maatschap Boks-Eijkelenboom-Middelhoek, een gebouw ontwerpen aan een straat die steil naar beneden loopt, niet voor niets de Lindenberg.

Renoveren of slopen?

Inmiddels is de bibliotheek verplaatst en is de Lindenberg een cultureel centrum in Nijmegen. Het gebouw staat na veel tussentijdse aanpassingen voor de grote vraag: renoveren of slopen? Is het gebouw toekomstbestendig? Ikzelf, en misschien met mij vele anderen, hebben hier als kind goede herinneringen aan. Maar is dat voldoende om een gebouw te behouden? Of heeft het ook erfgoedwaarden en draagt het gebouw bij aan het inzicht van de stedenbouw en architectuur van de periode van 1965 – 1990?

Het gebouw van de Lindenberg bestaat uit 2 delen. De voormalige bibliotheek op deze foto en het podium / theaterruimte dat nu een horecagelegenheid is geworden. Bron: Website Fotograaf Gerard Verschooten.

Erfgoed brengt mensen samen en zorgt voor vertrouwdheid in een snel veranderende omgeving. Door erfgoed delen we verhalen over een wijk, een stad en de plaats van ons land in Europa en in de wereld. beleidsbrief Erfgoed Telt (2018) (Kamerstuk 32 820, nr. 248)

Huis voor alle Brabanders

Vele jaren later ging ik werken in een ander Post’65 gebouw, ditmaal uit 1971. Het was geen kantoorgebouw maar een Huis voor alle Brabanders, het provinciehuis van Noord-Brabant. Een gemeentelijk monument ontworpen door de architect H.A. Maaskant. Het gebouw bestaat grotendeels uit beton en glas, een indrukwekkende hoogbouw van 103,5 meter hoog dat de aandacht vraagt. Al was het alleen al uit nieuwsgierigheid hoe het uitzicht van daar boven zou zijn.
Het gebouw kan je op twee verschillende manieren betreden, met twee totaal verschillende ervaringen. Als ambtenaar via de achterdeur waar je zo snel mogelijk de lift opzoekt om de ambtenaarstoren in te worden geschoten (in mijn geval helemaal naar boven waar ik op een plek werkte met het meest fantastische uitzicht). Of als bezoeker waar je via het open gelegen voorplein, middels de grote trappen entree maakt tot het Huis en uitkomt in de grote publiekshal, een overweldigende grote ontvangstruimte met kleine koffiebar. Dat overweldigende gevoel van de grote ontvangstruimte was de bedoeling van Maaskant, de inmiddels verdwenen receptiebalie was groot en hoog om extra te benadrukken dat je binnen was bij de Provincie Noord-Brabant. De receptiebalie is vervangen voor de koffiebar met vriendelijke gastvrouw/heer, daardoor is de ontvangst huiselijker en warmer. Als overheid sta je ten dienste aan je burger! De chocolademelk op waterbasis ben ik meer gaan waarderen, maar vooral de thee is heerlijk. Midden in de publiekshal is een grote brede betonnen trap  die leidt naar de Statenzaal die toegankelijk is door één van de vele kunstwerken in het gebouw een gigantische grote bronzen deur. Je kunt je in het Huis nog steeds echt klein voelen. Je ervaart in ieder geval dat je een bijzonder gebouw hebt betreden. Ook vanaf de vide heb je een goed overzicht over de open publiekshal. 

De inmense centrale hal van het Provinciehuis van Noord-Brabant. Foto: Marie-Helene Houben-Manders/Programmabureau Erfgoed Deal.

Duurzaam erfgoed?

In 2015 werd  begonnen aan de grote renovatie en verduurzaming van het gebouw. Waardoor het een energiezuinig en arbeidsvriendelijk kantoor is geworden dat toekomstbestendig is. Het water van de vijver wordt gebruikt voor drinkwaterbesparing bij het toiletgebruik, er is een warmte-koude opslag en het overgaan op ledverlichting zijn enkele van de moderne duurzaamheidstechnieken die zijn toegepast. Bij de renovatie is gekeken naar de mogelijkheden van het gebouw zelf en zijn de functionele intenties en het materiaal van de architect Maaskant gerespecteerd.

Twee gebouwen uit begin jaren 70, beide ontworpen door Rotterdamse architecten, openbaar en dienend voor publiek. Het ene gebouw is toekomstbestendig,  van het andere is de toekomst onzeker en staat men voor de keuze: renovatie en  verduurzamen of sloop. Waar baseer je de keuze op om te investeren in een gebouw of juist te slopen? En wat betekent dit voor de omgeving en het verhaal achter de ontwikkeling van een stad?

Bij de Erfgoed Deal geloven we dat het verleden een inspiratiebron is die bijdraagt aan een krachtig ontwerp voor de toekomst. Hoe zie jij dat…?

Marie-Hélène Houben-Manders, netwerker Erfgoed Deal
ps: Mocht je nog meer willen lezen over de Post’65 periode dan raad ik aan om door te linken op verkenning post’65 van de RCE.

Meer weblogberichten